Vezelrijk eten

Hoeveel vezels zitten er in een appel?

Geschreven door

·

Bijgewerkt op 07/09/2026

·

07/09/2026

In het kort

  • Een appel van 135 gram levert 2,7 gram vezels.
  • Per 100 gram is dat 2,0 gram met schil en 1,6 gram zonder.
  • De schil is goed voor ongeveer een vijfde van de vezels, niet voor een derde.
  • In appelsap blijft niets van die vezels over.

Op deze pagina

Hoeveel vezels zitten er in een appel?

Een appel met schil van 135 gram bevat 2,7 gram vezels. Per 100 gram komt een appel met schil uit op 2,0 gram. Schil je hem, dan blijft er 1,6 gram vezels per 100 gram over, oftewel 2,2 gram voor een hele appel. Daarmee dekt één appel ongeveer een tiende van wat je op een dag aan vezels nodig hebt.

Deze cijfers komen uit NEVO, de Nederlandse voedingsstoffendatabank. Wie hetzelfde opzoekt in Google krijgt bovenaan 2,4 gram per 100 gram te zien. Dat getal klopt ook, maar het komt uit de Amerikaanse database en gaat over andere appelrassen dan hier in de winkel liggen. Voor Nederlandse appels is 2,0 gram het cijfer om aan te houden.

Een appel is daarmee een normale vezelbron, geen uitschieter. Wil je zien hoe fruit zich verhoudt tot de rest van je bord, dan staat dat bij vezelrijk eten.

Nauwelijks. Een Elstar met schil komt op 1,9 gram per 100 gram, een Jonagold op 2,0. Dat verschil van een tiende gram valt weg tegen het verschil dat de schil maakt, en tegen het verschil tussen twee appels van ongelijk gewicht. Kies je appel op smaak, niet op vezels.

Maakt de schil verschil?

Ja, maar minder dan je vaak leest. Een appel met schil bevat 2,0 gram vezels per 100 gram, een geschilde appel 1,6 gram. De schil levert dus ongeveer een vijfde van de vezels in een appel.

Op veel Nederlandse sites staat dat een derde van de vezels in de schil zit. Dat cijfer is nergens op terug te voeren en het klopt niet met de NEVO-cijfers. Over een hele appel scheelt schillen ongeveer een halve gram.

Dat is geen reden om te gaan schillen, maar ook geen reden om er een principe van te maken. Een appel wassen en zo opeten kost minder tijd dan schillen en levert iets meer op. Wie de schil niet verdraagt, verliest een halve gram en houdt 2,2 gram over.

Is een appel vezelrijk?

Vergeleken met ander fruit zit een appel in de middenmoot. Een granaatappel levert 5,1 gram per vrucht en een peer met schil 5,0 gram; een appel komt op 2,7 gram en zit daarmee dicht bij een sinaasappel en een banaan. Bramen en bessen staan bovenaan als je per gewicht kijkt. Het volledige overzicht staat bij fruit met veel vezels.

Vergeleken met de rest van je eten valt een appel lager uit. Een opscheplepel bruine bonen levert er ruim 7 gram, drie sneetjes volkorenbrood ongeveer 6. Fruit is een vaste bijdrage, geen doorslaggevende. Hoeveel je in totaal nodig hebt hangt af van hoeveel je eet; dat rekenen we voor bij vezels en gezondheid.

Appelsap, appelmoes en gedroogde appel

Wat je met een appel doet, bepaalt hoeveel vezels er overblijven. Het verschil tussen de vier vormen is groter dan het verschil tussen appelrassen.

Vezels in appel en appelproducten, per 100 gram. Bron: NEVO-online 2025/9.0.
Vorm Relatieve hoeveelheid Vezelsper 100 g
Gedroogde appeltjesongeweekt9,6 g
Gedroogde appeltjesgeweekt2,8 g
Appel met schil1 stuk (135 g) = 2,7 g2,0 g
Appelmoesuit pot1,9 g
Appelmoeszonder toegevoegde suiker1,4 g
Appelsap0 g

Appelsap bevat geen vezels. Niet weinig, maar nul: bij het persen blijven ze achter in het vruchtvlees en de schil, en die gaan eruit. Een glas appelsap levert wel de suikers van twee tot drie appels. Wil je vezels binnenkrijgen, dan eet je een appel liever dan dat je hem drinkt.

Appelmoes uit pot houdt de vezels wél grotendeels vast, met 1,9 gram per 100 gram. Dat is bijna evenveel als een verse appel met schil, ook al voelt appelmoes zachter.

Gedroogde appeltjes staan met 9,6 gram het hoogst, maar dat cijfer bedriegt: het water is eruit, dus je eet er veel minder van. Zodra je ze weekt zakt het naar 2,8 gram, en dan zit je weer in de buurt van een gewone appel.

Welke soort vezels zit er in een appel?

Een appel bevat vooral pectine en cellulose. Pectine is een oplosbare vezel die in het vruchtvlees zit en in water een gelachtige structuur vormt; het is dezelfde stof die jam laat opstijven. Cellulose is onoplosbaar en zit vooral in de schil.

Die verdeling verklaart waarom de schil ertoe doet: schil je een appel, dan haal je vooral de onoplosbare vezels weg en houd je de oplosbare over. Wat het verschil tussen die twee soorten precies inhoudt, leggen we uit bij oplosbare en onoplosbare vezels.